In haar noot in het tijdschrift Jurisprudentie Erfrecht (JERF 2024/8) bespreekt Leonie Rammeloo de uitspraak van de notariskamer van het gerechtshof Amsterdam van 30 juli 2024. Die beslissing gaat over het handelen van een partij-notaris jegens een legitimaris. De notaris heeft aanvankelijk een inleidend gesprek over het testament van moeder gevoerd met beide zusters – de ene is erfgenaam en executeur, de ander is onterfd en dus legitimaris – en is circa drie weken later de erfgenaam bij gaan staan. In zijn brieven stelt hij tegenover de legitimaris dubieuze voorwaarden, zoals dat de eigen adviseur van de legitimaris niet bij een gesprek aanwezig mag zijn en dat zij stukken alleen per aangetekende post kan aanleveren. Deze verwijten (en meer) worden in de noot onder de loep genomen.
De kantonrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant vernietigt in zijn vonnis van 20 december 2023 een testament uit 2016 op basis van een uitgebreid deskundigenbericht (na het overlijden van de erflater). In dit deskundigenbericht heeft een geriater de geestelijke toestand van de erflater tijdens het opmaken van het testament bij de notaris -achteraf – beoordeeld. Waar de tuchtrechter in diezelfde kwestie eerder had geoordeeld dat de notaris géén verwijt trof bij de bepaling van de wilsbekwaamheid en vrije wilsvorming van de erflater tijdens het opstellen en passeren van de akte, heeft de kantonrechter het testament vernietigd en daarmee de visie van de deskundige over de geestelijke vermogens van erflater overgenomen.
Leonie Rammeloo heeft een noot bij dit vonnis geschreven in het tijdschrift Jurisprudentie Erfrecht (JERF 2024/4) en bespreekt daarin deze kwestie onder verwijzing naar de testamentaire praktijk en de tuchtrechtspraak over het beoordelen van wilsbekwaamheid. Ook gaat zij in op de notariële geheimhoudingsplicht in het licht van de door de notaris afgelegde verklaringen in de procedure bij de kantonrechter.