Categorie: Advocatentuchtrecht

13 februari 2020 Martine Höfelt 0 Comments

Wanneer is welk tuchtrecht op het handelen van de mediator van toepassing: uitsluitend het toepasselijke mediation-verenigingstuchtrecht of (eveneens) het tuchtrecht van andere beroepsgroepen, in het bijzonder het advocaten- en notaristuchtrecht? En bij welke tuchtrechter is de klager het beste af? Suzan Houben en Martine Höfelt pleiten voor een verdere professionaliseringslag van de mediator beroepsgroep. Download hier het artikel Tijdschrift Conflicthantering of lees het via deze  link

 

 

“Een wettelijke status van de ‘beëdigd mediator’, met een daarbij behorend tuchtrecht, zou een belangrijke bijdrage leveren aan verdere vergroting van de professionaliteit van de beroepsgroep“
Lees meer...

12 februari 2020 Leonie Rammeloo 0 Comments

Leonie Rammeloo beschreef (samen met Annekee Groenewoud) in het Advocatenblad 2019-1 aan de hand van de (deels nieuwe) regels en tuchtrechtspraak de verplichtingen in verband met de financiële kant van rechtsbijstandverlening.

Checklist

  • Stuur altijd een opdrachtbevestiging.
  • Spreek altijd een uurtarief af (ook in toevoegingszaken).
  • Geef ook tussentijds informatie over uren en kosten (ook in toevoegingszaken).
  • Vraag alleen voorschotten in geld.
  • Signaleer (ook tussentijds) of recht op gefinancierde rechtsbijstand bestaat
  • U mag steeds de declaratie verrekenen met een voorschot, tenzij de cliënt bezwaar maakt tegen de declaratie.
  • Vooraf mag u de cliënt vragen om toestemming met het verrekenen van uw declaratie met ontvangen derdengelden.
  • Maakt de cliënt toch bezwaar tegen verrekening van de declaratie met derdengelden, dan moet u (na overleg met de deken) de derdengelden ter hoogte van het betwiste bedrag bij de deken deponeren.
  • Maak behoedzaam gebruik van uw retentierecht op het dossier.
  • De civiele rechter is steeds bevoegd in incassogeschillen.
  • Ter incasso van de eigen bijdrage voor een toevoegingszaak geldt (nog steeds) artikel 38 lid 4 Wrb.
Lees meer...

11 februari 2020 Martine Höfelt 0 Comments

Tegen de achtergond dat steeds meer advocaten en notarissen zich bezig houden met mediation, staan Martine Höfelt en Suzan Houben- van Geldorp in deze twee noten stil bij de tuchtrechtelijke positie van de advocaat en die van de notaris in zijn hoedanigheid van mediator. Dit tegen de achtergrond dat een steeds groter wordende groep advocaten zich bezighoudt met mediation en de aandacht voor mediation in het algemeen groeit.

Lees meer...

8 februari 2020 Martine Höfelt 0 Comments

Een tuchtprocedure komt ten einde als een uitspraak van de tuchtrechter in kracht van gewijsde is gegaan. De uitspraak is daarmee definitief. Toch kunnen zich bijzondere feiten of omstandigheden voordoen die maken dat het redelijk is om de uitspraak te wijzigen of te niet te doen.

Wat begon als een kort overzicht van de herzieningsmogelijkheden in de verschillende tucht-rechtstelsels, is gegroeid tot dit rechtsvergelijkend artikel van mr. N.A. de Leon-van den Berg (Advocatenkantoor De Leon), mr. M.G. Kelder (Milestone Advocaten), mr. M.F. Mooibroek (KBS Advocaten) en Martine Höfelt.


Lees meer...

6 februari 2020 TACT Advocaten 0 Comments

In de nieuwsbrief voor alle deelnemers en betrokkenen bij de Beroepsopleiding Advocatuur is Leonie Rammeloo geïnterviewd. Zij vertelt daarin over haar praktijk en over haar ervaringen als tuchtrechter en docent. Een gesprek over klachten en hoe advocaten onderling met elkaar (kunnen) omgaan: https://www.beroepsopleiding.advocatenorde.nl/news/leonie-rammeloo

https://www.beroepsopleiding.advocatenorde.nl/news/leonie-rammelooLees meer...

4 februari 2020 Martine Höfelt 0 Comments

Over beweerdelijk onbetamelijke of ongepaste uitlatingen bestaat maar weinig notarieel tuchtrechtelijke jurisprudentie. Kennelijk laten notarissen zich meestal uit op een wijze die “gepast” is, “notaris waardig” en “zoals een behoorlijk notaris betaamt”. Daarom schreef Martine Höfelt een noot bij deze beslissing van de Kamer voor het notariaat te Den Haag van 18 april 2018.

Lees meer...

2 februari 2020 TACT Advocaten 0 Comments

Het is de nachtmerrie voor elke advocaat en notaris: een beroepsfout maken waardoor de cliënt forse schade lijdt. Omdat cliënten steeds mondiger worden, worden de schadeclaims hoger. Meestal vergoedt de verzekeraar de schade, maar de knauw voor de beroepsbeoefenaar is er niet minder om. Zeker niet nu zakelijk Nederland door de media volop wordt geïnformeerd over het cliënten- en juristenleed.

In het blad Mr. is Leonie Rammeloo door Peter Louwerse geïnterviewd, samen met Ernst-Jan van Toorenburg en Stefanie Berends van Aon Professional Services, over de impact van een claim op een beroepsbeoefenaar.

Lees meer...

1 februari 2020 Leonie Rammeloo 0 Comments

In het Tijdschrift voor Arbitrage van november 2015 publiceerde Leonie Rammeloo een artikel over de Geschillencommissie Advocatuur. Daarin schetst zij het landschap van de verschillende instanties die in Nederland geschillen tussen advocaten en cliënten kunnen beslechten. Ook bespreekt zij de voor- en nadelen van elk van deze instanties en van de Geschillencommissie Advocatuur in het bijzonder.

Lees meer...

28 januari 2020 Leonie Rammeloo 0 Comments

In het jaarverslag over 2011 van het hof en de raden van discipline schreef Leonie Rammeloo een bijdrage over wraking in het tuchtrecht. Zij signaleert dat tuchtrechters, evenals gewone rechters, onpartijdig zijn. In het uitzonderlijke geval dat een partij daarover reële twijfel heeft t.a.v. een tuchtrechter die zijn zaak behandelt, kan die partij een wrakingsverzoek indienen. Wraking is een middel dat alle partijen ten dienste staat om het hun toekomende recht op behandeling van hun zaak door onpartijdige tuchtrechters te waarborgen. Wraking is mogelijk wanneer sprake is van feiten en omstandigheden waardoor de tuchtrechtelijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan kan in de eerste plaats sprake zijn door de subjectieve instelling van de tuchtrechter ten opzichte van een partij of het voorliggende geschil, bijvoorbeeld door wat de tuchtrechter zegt of doet ter zitting. Los van de persoonlijke instelling van de tuchtrechter kan een partij ook in objectieve zin vrezen dat de tuchtrechter partijdig is (bijvoorbeeld door een bepaalde band tussen de tuchtrechter en een partij). In dit kader moet ook de redelijke schijn van partijdigheid worden vermeden.

Lees meer...