Tag: Tijdschrift Tuchtrecht (Sdu)

In deze noot in het Tijdschrift Tuchtrecht gaat Martine Höfelt met haar mede-redactielid mr. Emilie van Rijckevorsel-Teeuwen in op het dilemma waar de notaris zich in de praktijk niet zelden mee geconfronteerd ziet: welke informatie valt nog onder de geheimhoudingsplicht en dient vertrouwelijk behandeld te worden en welke informatie kan wel verstrekt worden? Hoe zit het bovendien met de notaris die zich geconfronteerd ziet met een tuchtklacht van een derde? Heeft deze notaris voor wat betreft zijn geheimhoudingsplicht anders te handelen dan in het geval die derde zich buiten een tuchtklacht om tot de notaris wendt met een verzoek om informatie? In de praktijk blijkt het vaak mis te gaan. Reden waarom in deze noot nog eens dieper op dit vraagstuk wordt ingegaan.

Tijdschrift Tuchtrecht 2021/23, aflevering 2, 2021, 1 april 2021

Lees meer...

15 februari 2020 Martine Höfelt 0 Comments

Noot van Martine Höfelt en Leonie Rammeloo in het Tijdschrift Tuchtrecht (Sdu) d.d. 1 augustus 2019 bij de beslissing van de Notariskamer van het Hof Amsterdam d.d. 19 maart 2019 (ECLI:NL:GHAMS:2019:1062).

In deze noot bij de beslissing van de Notariskamer van het Hof Amsterdam d.d. 19 maart 2019 wordt ingegaan op de – geringe – notarieel tuchtrechtelijke jurisprudentie over beweerdelijk onbetamelijke of ongepaste uitlatingen door notarissen. Daarbij wordt een parallel getrokken met wat advocaten over de wederpartij mogen zeggen namens hun cliënten.

Lees meer...

5 februari 2020 Martine Höfelt 0 Comments

In het in Tijdschrift Tuchtrecht afl. 2, juni 2018 gepubliceerde artikel ‘Herziening in het tuchtrecht bezien’ zijn de hobbels besproken die moeten worden genomen voor een succesvol herzieningsverzoek. De conclusie was dat het met het oog op het herstellen van eventuele rechterlijke dwalingen goed is dat de mogelijkheid van herziening in zowel het notarieel, het advocatuurlijke, het medisch en het accountantstuchtrecht bestaat.

Bij de bespreking van herziening in het notarieel tuchtrecht kwam naar voren dat een verzoek tot herziening zelden succesvol is. Zo is ook het herzieningsverzoek in de gepubliceerde beslissing van het gerechtshof Amsterdam d.d. 5 juni 2018 afgewezen, omdat er volgens het hof geen sprake was van nieuwe feiten en/of nieuwe omstandigheden. In lijn met de vaste jurisprudentie overweegt het hof dat het bijzondere rechtsmiddel van herziening niet is bedoeld om een hernieuwde discussie over de zaak te voeren en evenmin om de discussie daarover te openen.

De gepubliceerde beslissing van het gerechtshof Amsterdam d.d. 7 augustus 2018 is interessant als aanvulling op het hiervoor genoemde artikel in Tijdschrift Tuchtrecht. Het gerechtshof bevestigt namelijk dat het is mogelijk is om hoger beroep in te stellen tegen een beslissing van de kamer op een herzieningsverzoek, tenzij de uitspraak waarvan herziening is verzocht niet vatbaar is voor hoger beroep (zoals bijvoorbeeld een uitspraak waarbij verzet ongegrond is verklaard).… Lees meer...