Tag: advocatentuchtrecht

In het jaarverslag over 2011 van het hof en de raden van discipline schreef Leonie Rammeloo een bijdrage over wraking in het tuchtrecht. Zij signaleert dat tuchtrechters, evenals gewone rechters, onpartijdig zijn. In het uitzonderlijke geval dat een partij daarover reële twijfel heeft t.a.v. een tuchtrechter die zijn zaak behandelt, kan die partij een wrakingsverzoek indienen. Wraking is een middel dat alle partijen ten dienste staat om het hun toekomende recht op behandeling van hun zaak door onpartijdige tuchtrechters te waarborgen. Wraking is mogelijk wanneer sprake is van feiten en omstandigheden waardoor de tuchtrechtelijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan kan in de eerste plaats sprake zijn door de subjectieve instelling van de tuchtrechter ten opzichte van een partij of het voorliggende geschil, bijvoorbeeld door wat de tuchtrechter zegt of doet ter zitting. Los van de persoonlijke instelling van de tuchtrechter kan een partij ook in objectieve zin vrezen dat de tuchtrechter partijdig is (bijvoorbeeld door een bepaalde band tussen de tuchtrechter en een partij). In dit kader moet ook de redelijke schijn van partijdigheid worden vermeden.

Lees meer...

In de rubriek “Even opfrissen” van het Advocatenblad (oktober 2010) schetst Leonie Rammeloo dat de civiele rechter in feitelijke instanties zich duidelijk laat beïnvloeden door een tuchtrechtelijk oordeel tussen dezelfde partijen. Zij wijst erop dat de Hoge Raad steeds een duidelijk onderscheid maakt en consequent oordeelt dat een tuchtuitspraak geen blauwdruk geeft voor het civiele oordeel.

Lees meer...

Privé-gedrag tuchtrechtelijk getoetst

In de special van het Advocatenblad over toezicht en tuchtrecht (uit april 2010) schreef Leonie Rammeloo een artikel over de manier waarop advocaten zich (ook) in de privé setting moeten gedragen.

De rol van de advocaat in de samenleving maakt dat een advocaat altijd moet bijdragen aan het vertrouwen in de advocatuurlijke integriteit. Advocaten moeten ze daarom zich altijd gedragen met een schuin oog naar het gedragsrecht. Altijd, dus ook in het café, in de liefde, als contractspartner, bij een burenruzie.

Uit de jurisprudentie blijkt dat privégedrag relevant is wanneer de gedraging zozeer verweven is met de beroepsuitoefening dat daarvoor dezelfde maatstaf moet gelden. Daarnaast is elke gedraging van de advocaat tuchtrechtelijk verwijtbaar die in het licht van zijn beroep absoluut ongeoorloofd wordt geacht.

Lees meer...

Leonie Rammeloo was (co)auteur van de bijdrage “Geschonden vertrouwen in de advocatuur” in de bundel voor het Jonge Balie Congres van 2005.
Aan ‘geschonden vertrouwen’ gaan verwachtingen vooraf. De verwachtingen die een cliënt, terecht of onterecht, van zijn advocaat heeft vormen samen het vertrouwen van de cliënt in zijn advocaat. In deze bijdrage gaan de auteurs na welke verwachtingen een cliënt van zijn advocaat heeft, of liever: mag hebben, en wat de cliënt mag verwachten wanneer zijn advocaat niet voldoet of kan voldoen aan die verwachtingen. Tot slot komt aan de orde welke verwachtingen een teleurgestelde cliënt mag hebben van de advocatuur om zijn geschonden vertrouwen te uiten.

Lees meer...

In de special van het Advocatenblad over toezicht en tuchtrecht (uit april 2010) schreef Leonie Rammeloo een artikel over de manier waarop advocaten zich (ook) in de privé setting moeten gedragen.

De rol van de advocaat in de samenleving maakt dat een advocaat altijd moet bijdragen aan het vertrouwen in de advocatuurlijke integriteit. Advocaten moeten ze daarom zich altijd gedragen met een schuin oog naar het gedragsrecht. Altijd, dus ook in het café, in de liefde, als contractspartner, bij een burenruzie.

Uit de jurisprudentie blijkt dat privégedrag relevant is wanneer de gedraging zozeer verweven is met de beroepsuitoefening dat daarvoor dezelfde maatstaf moet gelden. Daarnaast is tuchtrechtelijk verwijtbaar elke gedraging van de advocaat die in het licht van zijn beroep absoluut ongeoorloofd wordt geacht.

Lees meer...